TELEFONEREN.NL

TELEFONEREN

Een mobiele telefoon (kortweg: mobiel(tje) in Noord-Nederland, of gsm in Zuid-Nederland en Vlaanderen en cellulair in Suriname) is een apparaat waarmee men draadloos kan telefoneren, met behulp van een netwerk van antennes. Mobiele telefoons maken gebruik van radiogolven en van telefooncentrales om binnen een bepaalde regio communicatie tussen de gebruikers mogelijk te maken. De eerste generaties maakten gebruik van analoge modulatie, latere van digitale (GSM en UMTS).

Dit kan zowel op een openbaar als een privé-netwerk. Een voorbeeld van een privé- (ofwel gesloten) netwerk is het C2000-netwerk voor de hulpverleningsdiensten in Nederland of Astrid in België.

De term mobiele telefoon omvat niet de zogenaamde draadloze telefoons die gekoppeld zijn aan een vaste telefoonaansluiting, en die alleen gebruikt kunnen worden binnen een straal van honderd meter van het basisstation.

Om radiofrequenties te gebruiken voor mobiele telefonie is in Nederland een vergunning van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken noodzakelijk. Mobiele telefoons moeten door dit agentschap (of een vergelijkbare instantie in een ander EU-land) worden goedgekeurd.

Inhoud [verbergen]
1 Geschiedenis van de mobiele telefoon in België/Nederland
1.1 ATF-1 t/m ATF-3
1.2 Greenpoint
1.3 GSM
2 Digitale netwerken
3 Datadiensten
4 Onderdelen van de mobiele telefoon
5 Besturingssystemen
6 Gebruik
7 Eventuele risico's
7.1 Argumenten voor en tegen gezondheidsrisico's
7.2 Kanker
7.3 Autorijden
8 Zie ook
9 Referenties



Geschiedenis van de mobiele telefoon in België/Nederland
In de jaren vijftig van de vorige eeuw begon men met de opzet van een semi-openbaar netwerk, echter slechts te gebruiken voor bepaalde groepen. In die tijd was de verbinding simplex en moest men nog "Over!" roepen om tussen spreken en luisteren om te schakelen. Een telefoniste die meeluisterde, schakelde in de centrale de verbinding om.


ATF-1 t/m ATF-3
In de jaren zeventig van de 20e eeuw ontstonden de zgn. autotelefoon-netwerken, afgekort met de letters ATF. Deze werkten aanvankelijk op frequenties van ca. 150 MHz, later ca. 450 MHz en tenslotte ca. 950 MHz. De netwerken waren analoog; er werd gebruikgemaakt van frequentiemodulatie en iedereen met een simpele ontvanger kon meeluisteren.

Gebruik was uitsluitend toegestaan aan boord van voertuigen. Wie een autotelefoon aan boord van een schip gebruikte was in overtreding. Aan boord van schepen was uitsluitend een marifoon als communicatiemiddel toegestaan. Het duurde jaren voordat aan deze merkwaardige situatie een einde kwam. De naamgeving veranderde van ATF in NMT (Netwerk Mobiele Telefonie).

Het laatste ATF-net werd in 1997 opgeheven. Per 1 januari 2005 zijn de frequenties rond 151 MHz van het ATF-1 netwerk vrijgegeven voor kerkradio.


Greenpoint
Van 1992 tot en met 1998 kende Nederland een semi-mobiel telefoonnetwerk onder de naam Greenpoint (met de zgn. Greenhopper-toestellen die volgens de DECT-standaard werken).


GSM
Sinds ongeveer 1993, met de start van het GSM-netwerk, is er een grote stijging geweest van het aantal Nederlanders met een mobiele telefoon. Was dit tot begin jaren negentig beperkt tot zakenlieden, binnenvaartschippers en beroepschauffeurs, nu heeft een groot deel van de Nederlanders een mobiele telefoon.

Hierdoor is het telefoneren in openbare ruimtes, treinen en auto's gemeengoed geworden. De overheid zag zich genoodzaakt maatregelen af te kondigen tegen het telefoneren in de auto met het toestel in de hand. In ziekenhuizen vroeg men de mobiele telefoon uit te schakelen aangezien oude apparatuur mogelijk gestoord kon worden. Tegenwoordig is medische apparatuur ongevoelig voor mobiele telefoons. Ook in vliegtuigen vraagt men nog steeds de mobiele telefoon uit te schakelen. Oorspronkelijk in verband met mogelijke interferentie met de elektronica van het vliegtuig (wat geen probleem meer is), maar tegenwoordig nog steeds aangezien de telefoonnetwerken daar niet voor toegerust zijn en omdat vele reizigers geen storende telefoons in de buurt wensen.

Ook bellen via de satelliet is een uitermate geschikte oplossing wanneer men zich bevindt in gebieden waar geen dekking via een GSM-netwerk beschikbaar is. Verschillende systemen zijn beschikbaar.


Digitale netwerken
Openbare mobiele telefonienetwerken verwachten van de klant dat deze voor het gebruik van het netwerk betaalt. Dit kan zowel achteraf in de vorm van een abonnement met een maandelijkse rekening, als vooraf met vooraf betaalde kaarten, ook wel prepay genoemd. Met de vooraf betaalde kaart koopt men een beltegoed voor een aantal minuten gesprekstijd.


Datadiensten
Mobiele telefoons bieden behalve de telefoniedienst ook steeds meer datadiensten. Deze data kunnen weer naar een (draagbare) computer getransporteerd worden. Steeds meer data kunnen ook op het toestel zelf bekeken en ingevoerd worden. Een belangrijke datadienst is SMS, die het mogelijk maakt korte tekstberichten te ontvangen en te versturen. Hierdoor kan de mobiele telefoon ook dienst doen als semafoon.

GPRS, EDGE en UMTS zijn speciaal gemaakt om packet switched data toe te laten op het netwerk.

Verder is er Wi-Fi, een soort semi-netwerk. Er zijn veel hotspots waar je gratis kunt internetten.


Onderdelen van de mobiele telefoon
Een mobiele telefoon bestond in 1996 uit:

Microfoon voor de opvang van spraak.
Luidspreker voor de weergave van spraak.
Toetsen (met ten minste de cijfertoetsen 0 t/m 9, * en #).
Een mobiele telefoon bestond in 1998 uit:

Microfoon voor de opvang van spraak.
Luidspreker voor de weergave van spraak.
Keramische resonator voor het belgeluid (soms gecombineerd met de luidspreker).
Trilelement voor het stil oproepen van de gebruiker.
Toetsen (met ten minste de cijfertoetsen 0 t/m 9, * en #).
SMS-functie
Beeldscherm (gebaseerd op vloeibare kristallen)
Een mobiele telefoon bestond in 2003 gewoonlijk uit de volgende onderdelen:

Microfoon voor de opvang van spraak.
Luidspreker voor de weergave van spraak.
Keramische resonator voor het belgeluid (soms gecombineerd met de luidspreker).
Trilelement voor het stil oproepen van de gebruiker.
Toetsen (met ten minste de cijfertoetsen 0 t/m 9, * en #).
Microprocessor met geheugen.
Hoogfrequenteenheid met zender en ontvanger.
Antenne, al dan niet ingebouwd in de behuizing van het toestel.
Batterij voor de stroomvoorziening.
Dual Band
GPRS
Ingebouwde digitale camera
SMS-functie
Beeldscherm (gebaseerd op vloeibare kristallen) of TFT, al dan niet in kleur.
Vanaf 2004 werden volgende mogelijkheden toegevoegd:

Bluetooth
Geheugenkaart
Tri Band
Vanaf 2005 werden de volgende mogelijkheden toegevoegd:

De PDA's geïntegreerd met Wi-Fi, GPRS, WAP en GSM.
Quad Band
UMTS
EDGE
Televisie
Vanaf 2007 werden de volgende mogelijkheden toegevoegd:

Geïntegreerde GPS-antenne
Technisch zijn de mobiele telefoons mogelijk geworden door vooruitgang in de miniaturisatie van elektronische componenten, het gebruik van digitale technieken en vooruitgang in de batterijtechnologie. Hierdoor was het in 2003 mogelijk mobiele telefoons te fabriceren met een gewicht van minder dan 100 gram.


Besturingssystemen
Mobiele telefoons werden tot voor kort veelal aangedreven door speciaal voor het betreffende merk ontwikkelde besturingssystemen, zoals Apple haar eigen besturingssysteem Mac OS X heeft gekozen voor de nog op de markt te verschijnen iPhone. Steeds meer fabrikanten kiezen tegenwoordig echter standaard één van de volgende besturingssystemen:

Microsofts Windows Mobile
Symbian OS;
Linux.

Gebruik
Nederland staat wereldwijd qua gebruik op de tweede plaats in de wereld met 77 abonnees per 100 inwoners. Op de eerste plaats staat Luxemburg met maar liefst 97 abonnees per 100 inwoners. Opvallend is dat zogenaamde hi-techlanden als Japan en USA laag scoren, met Japan 58, en USA slechts 46 op 100 inwoners. Deze cijfers zijn van 2003.

Triviaal maar significant:
Het gebruik van de mobiele telefoon in België is onderzocht [1]:

45 procent van de Belgen neemt zijn gsm mee naar het toilet.
40 procent neemt zijn gsm mee in bad.
4 procent neemt zelfs op tijdens de seks.

Eventuele risico's
Er is veel discussie over de eventuele risico's van de elektromagnetische straling afkomstig van mobiele telefonie, zowel van de toestellen als van de zendmasten. De huidige stand van zaken is dat er geen onderzoek is dat eenduidig en ondubbelzinnig enige gezondheidsschade aantoont. Maar er is ook nog geen onderzoek dat alle effecten uitsluit, vooral omdat er nog onvoldoende epidemiologisch onderzoek is gedaan naar langdurige blootstelling aan lage doses.[2]


Argumenten voor en tegen gezondheidsrisico's
Enerzijds menen sommigen dat veelvuldig gebruik van de GSM kan leiden tot permanente oogproblemen en zelfs tot een cataract. Wetenschappers van de faculteit medicijnen van het Israëlische Instituut voor Technologie stelden de ooglenzen van jonge kalveren (qua structuur bijna gelijk aan het menselijk oog) bloot aan warmte die te vergelijken is met de temperatuurstijging die men krijgt tijdens een lang GSM gesprek en aan microgolfstraling zoals die door een draagbare telefoon wordt geproduceerd. Na twee weken bleek dat het oogweefsel bij de proefdieren een bobbeltje had gevormd, dat sterke overeenkomsten vertoont met de eerste fase van de ernstige oogaandoening cataract.[3] en [4].

Een studie van Prof. Santini [5] vond een duidelijke toename van de volgende symptomen bij mensen die vlakbij een zendmast wonen: hoofpijn/migraine, slaapstoornissen, irritatiegevoeligheid, depressieve klachten, vermoeidheid, concentratieproblemen, gevoel van onbehagen en geheugenstoornissen. Recentere - onafhankelijke - studies uit Oostenrijk door Hutter et al. [6] en uit Spanje door Navarro et al. [7] komen tot soortgelijke bevindingen. Reeds bij niveaus van 10-100 μW/m2 is er een verhoogde kans op genoemde symptomen, terwijl veel mensen blootgesteld worden aan meerdere duizenden μW/m2.

Anderzijds wijzen onderzoeken uit dat schadelijke bijwerkingen in de praktijk niet zijn aangetoond. Officiële onderzoeken en metingen, zoals beschreven op de site van het overheidsloket Antennebureau geven aan dat tot nu toe geen nadelige invloed van elektromagnetische velden op de gezondheid is gebleken en dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat dat voor GSM en UMTS anders is.

Ook onderzoek van de International Comittee for Non-Ionizing Radiation Protection (Engelstalig) toont aan dat er tot nu toe geen oorzakelijk verband tussen blootstelling aan radiogolven en gezondheidsklachten is gevonden.

En informatie van de World Health Organisation (Engelstalig) laat zien dat er geen effecten van radiostraling op de gezondheid kan worden gevonden, alleen een kleine verhoging van de lichaamstemperatuur bij zeer hoge dosis straling.


Kanker
Meldingen in de media van een groter aantal kankergevallen in de buurt van sommige GSM antennes leiden vaak tot onrust. Maar het is een feit dat kankergevallen geografisch ongelijk verdeeld zijn over de bevolking. Omdat GSM antennes overal in het land staan, valt het te verwachten dat er zo nu en dan toevallig een cluster van kankergevallen voorkomt in de buurt van een GSM antenne. Bovendien zijn de gemelde kankergevallen in deze clusters een verzameling van verschillende soorten, die verschillende eigenschappen hebben en waarvan het dus onwaarschijnlijk is dat ze een gezamenlijke oorzaak hebben.[8]


Autorijden
Het enige wetenschappelijk aangetoonde risico van mobiele telefonie is bellen tijdens het autorijden. Wie niet-handsfree telefoneert heeft 5 maal zoveel kans op een ongeval. Handsfree bellen is iets minder gevaarlijk, maar het risico is dan nog steeds 3,8 keer hoger.[9] Ook is gebleken dat bellen achter het stuur een sterker negatief effect heeft op de rijvaardigheid dan enkele glazen alcohol.[10]

Deze domeinnaam kopen of huren? geef hier uw bod